Herboren Hybryds, door Serge De Pauw, voor Gonzo cirkus april 2003 UNEDITED

Na jaren van creatieve windstilte lieten The Hybryds eind 2002 opnieuw van zich
horen met een nieuw album op Daft en een vinylrelease op Spectre. Daarnaast
was er ook nog ‘Tryptykh’, een collectie ouder livemateriaal uitgebracht
door het Russische Tantric Harmonies. De tandem Magthea-Yasnaïa van weleer
is weliswaar gereduceerd tot Sandy Nys (alias MagThea) alleen, maar dat lijkt
de ritualistische muziek van The Hybryds niet te hebben geschaad. Integendeel,
het project knoopt moeiteloos aan met de belangrijkste hedendaagse tendensen
binnen het elektronische veld en klinkt actueler dan ooit. Als test stuurde
Sandy Nys een demo met nummers die later zouden verschijnen op de 12 inch ‘Lust’
naar een Amerikaans tijdschrift. De treffendste woorden in de daarop volgende
recensie waren ‘dark’, ‘erotic’, ‘mesmerizing’,
‘seductive’, ‘tribal’, ‘industrial’ en ‘trip
hop’. Diezelfde kernwoorden bleken een gedroomde kapstok te vormen voor
een boeiende babbel over erotiek, verleiding, mystiek en dies meer.
De laatste tekenen van leven dateren al van eind vorig millennium. Het nieuwe
materiaal heeft dus heel wat voeten in de aarde gehad. Een moeilijke bevalling
of zien we dat verkeerd?
Magthea : “In ’99 is Yasnaïa uit The Hybryds gestapt en meteen
ook uit mijn leven (lacht verlegen). En dan verandert er sowieso één
en ander omdat je al die jaren gewend was om muzikaal samen te werken. Plotseling
sta je er dan alleen voor. Al deze nieuwe muziek -‘Tryptykh’ niet
want dat zijn oude live-opnames – is voor het eerst opgenomen met behulp
van een computer. Vroeger gebeurde dat nooit. We werkten toen uitsluitend met
een analoge 8-track reel to reel tape. Op mijn eentje heb ik de geneugtes ontdekt
van sequencers en midi-programma’s en al dat soort rotzooi (lacht). Dat
is eigenlijk begonnen met Leigh Hunt, de livemixer van Dive, met wie ik samen
een project had: Hydra. Het was de bedoeling dat hij me leerde werken met Q-Base,
maar ik vond het zo vreselijk moeilijk dat het er eigenlijk nooit van gekomen
is. Toen Leigh naar Engeland teruggekeerd is, heb ik eenvoudiger programma’s
aangeschaft zoals Pro-Tools Free. Dat onder de knie krijgen, lukte me veel beter.
De nieuwe releases zijn daar technisch gezien het gevolg van. Daarbij moet je
ook mijn interesse in nieuwe ritmes zoals drum ‘n’ bass en trip
hop incalculeren. Al het nieuwe materiaal is gestoeld op dat soort ritmes, maar
dan met een industriële invalshoek en aangevuld met mijn persoonlijke sfeer.”
Zijn die ritmes gedicteerd door de softwareprogramma’s of ben je eenvoudigweg
beïnvloed door de muzikale signs of the times?
Magthea : “Ik heb zelfs een hele poos niet meer geluisterd naar andere
muziek. Het is een paar jaar vrij donker, vrij zwart geweest in mijn hoofd.
Niet dat ik dat erg vond…Ik heb dat regelmatig (proest het uit). Die nieuwe
ritmes zijn ontstaan door niet meer te luisteren naar muziek. Je hebt weliswaar
van die samplecd’s en dat is natuurlijk allemaal heel gemakkelijk. Je
hebt een reeks kant en klare ritmes die dezelfde beat gebruiken, je plakt er
andere dingen bij, creëert je eigen samples, vervormt ze, et cetera. En
je past vervolgens de technieken toe die je kent om het geheel te manipuleren.
In wezen komt alles dus van die cd’s. Lijkt simpel, maar tot slot van
rekening moet je er natuurlijk nog altijd je eigen muziek mee maken. Met de
benaming trip hop kan ik best vrede nemen, vandaar dat we het ook gebruikt hebben
in advertenties. Net zoals de andere trefwoorden. Ik vond het heel frappant
dat ze net dat eruit hebben gehaald : dat erotische, de nieuwe ritmes, het duistere.”

Laten we het even hebben
over dat donkere, het duistere. Het is opvallend dat dat adjectief quasi altijd
opduikt wanneer men het heeft over zogenaamde industriële of ritualistische
muziek. Is dat terecht ? Heb je daar zelf een verklaring voor ?
Magthea : “(Denkt na) Waarom hou ik van die genres? Industrial is in de
eerste plaats zeker geen genre dat in de grote commercie gebruikt is zoals punk
of grunge. Het is iets dat echt van de mensen zelf gebleven is én blijft.
Je hebt uiteraard grotere bands zoals Nine Inch Nails die het etiket industriële
band krijgen opgekleefd, maar ik vind dat helemaal geen industriële groepen.
Het zijn rockgroepen. Industriële muziek is typisch iets voor mensen die
thuis bezig zijn en tegenwoordig een cd-r opsturen in plaats van een muziekcassette.
Het donkere blijft daar blijkbaar telkens weer in op te duiken. Hoe is industriële
muziek ontstaan ? Een heel mooi en typerend nummer van Throbbing Gristle is
‘What A dull Day’ (uit ’20 Jazz Funk Greats’, sdp).
Het leven is saai, we kunnen alleen maar gaan werken in een fabriek om de ganse
dag hetzelfde te doen. Melkflessen op een lopende band bekijken bijvoorbeeld.
Die sfeer zit er nog altijd in. Het hoort erbij.”
Moet die donkere atmosfeer dan worden gezien als een synoniem van pessimisme
? Of het slechte, of nog erger : Het Kwade ?
Magthea : “Neen, zeker niet. Donker wél, pessimistisch niet. Donker
heeft voor mij geen negatieve connotatie. Integendeel, het is tegelijkertijd
mooi en boeiend. Ik denk dat je in de donkere kant van de mens meer kan vinden
dan in de kant die hij of zij gewoonlijk laat zien. Je verwijzing naar Het Kwade
is een stuk moeilijker te beantwoorden. (Denkt na) Tja…het slechte in
de mens, wat is dat ? Voor mij symboliseert tegenwoordig Bush bijvoorbeeld dat
slechte. Hij is het symbool van alle Kwaad. In naam van petroleum en de dollar
zet hij de ganse wereld op stelten. Dat noem ik slecht. Mensen die zonder reden
en met een onweerstaanbare drang seriemoorden willen plegen en dat ook doen,
dát is slecht. Bedoel je dat ik zo’n klik nodig heb en dan van
mijn donkere kant naar mijn slechte kant kan over schakelen ?”
Euh…Neen. Ik bedoel dat iemand die pakweg Jommeke leest voor het slapengaan
en niet De Sade het donkere al gauw zal associëren met het slechte, het
occulte, Het Boze.
Magthea : “Het donkere stoot uiteraard af. Maar aan de andere kant heb
je ook die rock- en metalgroepen die openlijk flirten met Satanisme. In mijn
jeugd was dat Black Sabbath die het hadden over Zwarte Missen. Was dat een imago
of een instrument ? En dat geldt vandaag nog steeds. In België en Duitsland
is het wel zo dat de industriële scène sterk verweven is met die
van de Gothic. In de Gothic scène ligt de focus op de eeuwwisseling,
op het decadente, maar ook op het romantische en het melancholische. In het
donkere kan dus ook heel wat moois en romantisch schuilen en niet automatisch
iets verdorven. Ook verval zoals een verroeste autobus an sich kan heel mooi
zijn. Voor mij heeft het ook veel te maken met Eros en Thanatos, twee dingen
die de mens drijven. Seks, de dood en de onweerstaanbare drang om aan die dood
te ontsnappen. Of om er wél aan toe te geven zoals in de Romantische
periode. Die zaken belichamen voor mij dat donkere aspect.”
Dat brengt ons dan bij erotiek. Erotiek duikt niet alleen op in die Amerikaanse
recensie, het is een constante in het oeuvre van The Hybryds.
Magthea : “Ik ben niet alleen met muziek bezig, ik ben ook grafisch ontwerper
en ik vind het nu eenmaal prettiger om met mooie naakte vrouwen te werken dan
met bijvoorbeeld bloemen. (lacht).Modellen in spe kunnen emailen. Dat neemt
natuurlijk niet weg dat ik de schoonheid van een auto niet zou kunnen appreciëren.
Een auto kan even mooi zijn als een vrouw. Ik kan dus bij wijze van spreken
een erectie krijgen van een mooie wagen. Erotiek heeft niet zozeer te maken
met De Daad. Het draait om het Erosgevoel. Er zit voor mezelf ook wel een zeker
libertijns gedachtegoed achter, denk ik. Het is een concept dat we met The Hybryds
altijd al naar buiten hebben gebracht. Vroeger was mijn sparring-partner Yasnaïa.
Zij stond voor het vrouwelijke element. Uit de spanning tussen mannelijke en
vrouwelijke seksualiteit ontstond dan het concept, de muziek, de beelden. Nu
ben ik weliswaar alleen bezig, maar ik denk niet dat er een echt verschil is
met vroeger. Toen was ik bijvoorbeeld ook verantwoordelijk voor de graphics.”
Krijg je wel eens reacties uit het SM-wereldje op je muziek en je grafisch werk
?
Magthea : “Neen, hoegenaamd niet. Ik denk dat er andere groepen zijn die
zich daar explicieter mee bezighouden. Denk bijvoorbeeld maar aan Die Form of
Umbra Et Imago. Bij ons is het nooit zo expliciet, zoals je hebt kunnen zien
op de verborgen website (zie onder, sdp) waar je een hele reeks fetisjfoto’s
kan vinden. Die foto’s zul je niet direct terug vinden op de releases.
Die zijn altijd meer ritueel getint. Als we vroeger optraden projecteerden we
weliswaar fetisjistische beelden, maar dat is nooit echt ons stokpaardje geweest.
En het was ook niet de bedoeling om een soort goedkope seksshow te brengen.
Persoonlijk heb ik dat ook nooit zo belangrijk gevonden als die groepen die
echt om dat feit bekend wilden worden. Bij The Hybryds draait het om muziek
en niet om één bepaald aspect zoals fetisjisme, SM, bondage. Dat
zijn maar deelaspecten van een groter geheel.”
Nauw verbonden met seks en erotiek is het aspect verleiding. En dan zijn we
aanbeland bij alweer aan ander kernbegrip. Wil je met The Hybryds de luisteraar
verleiden ?
Magthea : “Ik denk het wel. Op ‘Lust’ werk ik opnieuw samen
met een zangeres. Ik zal haar noemen zoals ze op de plaat vermeld staat, namelijk
Miss Poly Ester, een Iraanse die perfect Nederlands en Engels praat en die vooral
een ongelofelijke stem heeft. Via e-mail leerde ik haar teksten kennen en ik
vond ze echt heel goed. De reden waarom we nooit veel teksten hebben gebruikt,
is het feit dat ik 98% van de teksten ronduit bullshit vind. Songs moeten poëzie
bevatten. En poëzie is de magische taal van een sjamaan. Jammer genoeg
vind je dat nauwelijks terug in de muziekwereld. Maar ze schreef echt fantastische
teksten en ik wilde ze bijgevolg heel graag gebruiken. Zij wilde echter niet
dat iemand anders ze gebruikte, maar ze beweerde ook dat ze niet kon zingen.
Ik heb haar dan overtuigd om ze dan gewoon in te spreken. Over het resultaat
ben ik heel tevreden. Wat zij doet met haar stem is pure verleiding ! Verleiding
is natuurlijk niet louter vrouwelijk. Ook mannen verleiden. Als we op jacht
gaan, spelen we het spel even goed mee. We nemen een bad, gebruiken parfum,
scheren ons enzovoort (lacht). Dat mannen verleiden, is helemaal geen negatief
gegeven. Met de muziek zelf probeer ik een beetje een spel te spelen van verleiding.
Waarom? Ik wil met mijn muziek niemand versieren, begrijp me niet verkeerd.
Misschien kan iemand er lekker op vrijen. Meer niet.”

Niet alleen erotiek en verleiding zijn nauw met elkaar verbonden; ook verleiding
en betovering bevinden zich in dezelfde sfeer. Andere gelieerde begrippen zijn
fascinatie, magie en hypnose. Het moet dan ook geen toeval zijn dat je artiestennaam
Magthea is.
Magthea : “Klopt. Magthea is een verkorting van magisch theater. Toen
ik pas van de academie was, heb ik mijn studio waar ik schilderde en mijn eerste
muziek maakte, omgedoopt tot een magisch theater. Vandaar dat ik zelf de naam
Magthea ben beginnen gebruiken. Mijn naam op elk hoesje zien staan, vond ik
nogal dom. (lacht). Het idee zelf heb ik uit ‘De Steppewolf’ van
Hermann Hesse gehaald. Het symboliseert een plaats waar alles mogelijk is. Als
je het woord magie gebruikt, impliceert het meteen dat alles mogelijk is, dat
alles moet kunnen en dat je moet verder kijken dan de banale werkelijkheid.
Dat is de correlatie met magie. Voor The Hybryds is magie belangrijk. Eeuwen
geleden was magie een sociale taal, een manier om met elkaar om te gaan. Nu
denken we automatisch aan abracadabra en verschijningen uit het niets. Voor
mij is magie het spel dat we spelen met onze geest. Er zijn heel wat vreemde
dingen mogelijk, maar ik geloof niet in hocuspocus.”
The Hybryds hebben in het verleden ook geflirt met occultisme, alweer een duister
aspect. En ook de titel van je nieuwe album laat weinig aan de verbeelding over.
Magthea : “Zeker, maar dat was puur uit interesse. Ik was toen vooral
geïnteresseerd in geschriften van Aleister Crowley, een heel markante,
bizarre figuur. Er zijn honderden boeken over de man verschenen. Zelf heb ik
er maar een paar van gelezen natuurlijk, maar hij heeft wel mijn interesse geprikkeld.
Er is één verhaal dat me altijd bij gebleven is. Ik weet echter
niet of het waar is. Op een dag had hij zich omgekleed als een Indische prins
in een lange soepjurk, heel bombastisch, heel opvallend met de meest bizarre
kleuren en pluimen op zijn hoofd. Zo is hij ergens op een markt in Londen gaan
rond wandelen en niemand heeft hem gezien. Dat vond ik zo’n verbijsterend
verhaaltje. Hij beweerde namelijk dat hij zichzelf onzichtbaar kon maken. Hij
heeft ook een heel mooi gebed gemaakt : ‘Thou Shall’. Het komt er
op neer dat je gewoon doet wat je wil, zolang je geen mensen bedondert. Je bent
mens en je hebt de vrije keuze. Die vrijheid in zijn denken sprak me enorm aan.
Toen is mijn interesse in magie ontstaan. Daarnaast raakte ik ook erg geïnteresseerd
in het etnische. Oudere natuurvolken zijn trouwens nog altijd bezig met magie.
Natuurlijk hebben zij ook zwarte en witte magie. Vloeken, bezweringen, bijgeloof
en allerlei superstitieuze rituelen zijn in die gemeenschappen nog steeds heel
erg aanwezig. Ik geloof stellig dat muziek heel geschikt is om trance op te
wekken. De ritmes van de voodoomuziek zijn terug te vinden in de ritmes van
The Hybryds, ook al zijn het triphopritmes. Dat heb ik vooral een paar keer
opgemerkt tijdens liveconcerten. De eerste keer dat ik het nieuwe materiaal
aan een livepubliek voorstelde was twee jaar geleden in Leipzig. Achteraf zijn
mensen mij komen vertellen dat ze compleet van de wereld waren. Ze beseften
eenvoudigweg niet dat het concert op een gegeven ogenblik voorbij was. Dat is
natuurlijk het beste compliment. Trance is een thema dat ik aan blijf houden.”
Een andere rode draad in het oeuvre van The Hybryds is het tribale karakter
van de muziek en de vele referenties naar oeroude, verdwenen beschavingen. Vanwaar
die interesse?
Magthea : “Toen we jong waren, waren we te jong om hippie te zijn en al
te oud voor de punkbeweging. Wij vielen altijd tussen twee stoelen waardoor
we ook nooit ergens bij hoorden. Dat tribalgevoel is iets waarin ik me kan terug
vinden. Je hoeft niet in hetzelfde café te komen of dezelfde kleuren
te dragen. Je kan verspreid over de ganse wereld wonen en toch dezelfde ideeën
hebben. Ik heb het dus over een gemeenschap verspreid over de ganse wereld.
En dat is precies wat ik bedoel met dat tribalgevoel. Dat is verder sterk naar
bovengekomen met de raves en de partycultuur. Het is natuurlijk allemaal heel
sterk gecommercialiseerd. Een heleboel mensen die ik ontmoet na optredens ervaren
dat gevoel als een soort religie, maar dan niet in een strikt godsdienstige
betekenis. Als een religie zonder goden als het ware. Die stam mag je wel niet
zien als een scène waarin ik thuis zou horen. In Duitsland worden The
Hybryds enorm gewaardeerd in de Gothic scène, maar die mensen zoeken
niet naar de aspecten die vooral voor The Hybryds van belang zijn. Het is een
compleet andere wereld.”
Je zei het eerder al : je grootste affiniteit heb je nog steeds met de industriële
scène. Je maakte lang geleden deel uit van de eerste bezetting van The
Klinik. Toch wel een heel vreemde muzikale levensloop voor iemand die van Black
Sabbath hield, niet waar ?
Magthea : “Dat komt omdat ik absoluut geen muzikant ben en ook geen instrument
kan bespelen. In die tijd kwamen de eerste goedkope synthesizers op de markt
en daar kon ik wel mee overweg. Mijn vrienden van destijds trokken de haren
van hun hoofd toen ze me voor de 28ste keer ‘Smoke On The Water’
van Deep Purple op gitaar probeerden te laten spelen. Dat ging echt niet. Ik
ben een complete nitwit op dat gebied. (lacht) Omdat ik geen muzikant ben, is
The Hybryds ook geen muziek. Voor mij is dat knutselen met geluid. Ik plak geluiden
bij elkaar tot dat geluid fysiek iets doet wat ik goed vind. Ik ben dus in geen
geval een songschrijver. De jaren met The Klinik gingen als volgt : ik had een
tapelabel en ik kende wat mensen in Noorwegen die zwaar werden gesubsidieerd
door de overheid. Op een gegeven moment hadden ze geld te veel en toen hebben
ze ons uitgenodigd om ginder op te treden. Alleen zag ik dat niet zitten, maar
ik kende Dirk Ivens, Eric Van Wonterghem en Marc Verhaeghen vaag en zo zijn
we met zijn drieën naar ginder gegaan. Zo is The Klinik eigenlijk ontstaan.
‘Sabotage’, de eerste lp, was daarvan het concrete resultaat. Nog
altijd horen we dat die plaat een echte mijlpaal was. We waren met zijn vieren
.Door de spanning ontstaan er vaak mooiere dingen, vooral als je de botsing
van de persoonlijkheden kan sturen. Maar je moet op een zeker niveau kunnen
communiceren. Op het einde ging dat niet meer, maar daar wil ik het verder niet
over hebben. Zelf denk ik niet dat ik nog met twee, drie andere mensen zou kunnen
samenwerken. Sinds ik terug in Aarschot woon, ben ik verloren voor de maatschappij.(lacht)
Door live samen te werken met andere mensen zijn trouwens een paar concerten
volledig de mist ingegaan. In de studio wil ik me beperken tot gastvocalen omdat
ik zelf niet kan zingen. Ik vind het bovendien live veel te leuk alleen.”
mei 2003